Menu Content/Inhalt
Home arrow Gedragstherapie
Gedragstherapie

Een gedragstherapie begint meestal met een gedragsanalyse. Dat betekent dat er eerst naar de oorzaak van het probleem van de hond moet worden gezocht. Gedragstherapie is over het algemeen dan ook geen symptomatische behandeling. De oorzaak van het probleemgedrag bepaalt de therapie die de hond zal krijgen. Voor de oorzaak van probleemgedrag te ontdekken moeten er verschillende stappen te doorlopenworden . Deze stappen zijn gebaseerd op de diagnostische cyclus beschreven in het boek 'Diagnostische Cyclus' door De Bruyn. Stappenplan diagnostische cyclus

Aanmelding: De hondeneigenaar denkt of weet dat er een probleem is met zijn hond en zoekt professionele hulp bij een hondengedragstherapeut. 

Klachtenanalyse: De eigenaar vertelt in eigen woorden wat volgens hem het probleem is met zijn hond. Het belang hiervan is te letten op de beleving van de hondeneigenaar en na te gaan welke hulpvraag aan de klachten tegemoet komen.  

Probleemanalyse: De diagnosticus onderzoekt of de probleemgedragingen een verstoring veroorzaken in de ontwikkeling en of in het vermogen tot aanpassingen in veranderende situaties. In deze fase wordt eveneens gekeken naar de ernst van het probleem.  

Verklarende analyse: Het probleem wordt verklaard door hypothesen empirisch te onderzoeken. Deze analyse houdt rekening met de ontwikkelingsfasen, genetische bagage, leren (conditoneren) en neuropsychologie.  

Indicatie analyse: Bij de indicatie analyse wordt er gekomen tot een diagnose vastgesteld. Voorbeelden zijn angst-agressie, conditioned emotional respons (CER) met anderen woorden een trauma, impulscontrole problemen, angst, relatieproblemen, fobie, dominantie, separatie-angst, obsessieve-compulsieve stoornis (OCD), etc.  

Advies: Er wordt concreet advies gegeven over hoe men het probleem kan aanpakken of hanteren. 

Image

Na het doorlopen van de diagnostische cyclus krijgt de hondeneigenaar met zijn hond tips en advies om het probleem op te lossen of om er mee om te gaan. De hondeneigenaar heeft genoeg aan de tips en het gegeven advies of kan vervolgens vrijblijvend kiezen om lessen te nemen of om therapie te volgen.  

 
Soorten Interventies

- Systematische desensitisatie

- Countercontidioning

- Deritualisatie

- (Cue) -exposure

- Desensitisatie

- Stopmechanisme

- Impulscontrole

- Speltherapie

- VIB

- Habituatie

- Extinctie 


 

(Neuro)psychologie

 Er wordt er vanuit gegaan dat alle gedragingen voortkomen vanuit de hersenen. Doordat sommige situaties om wat voor een reden dan ook te moeilijk zijn voor een hond en dat hij niet weet wat hij dan moet doen, kan er probleemgedrag ontstaan. Het is van belang uw hond genoeg gedragsalternatieven aan te leren. De hond kan deze (gewenste) gedragingen dan vertonen in plaats van het ongewenste gedrag. De hersen zijn een orgaan dat zeer adaptief en flexibel is. Daar wordt gebruik van gemaakt bij de gedragstherapeutische interventies. Door een hond te laten wennen aan bepaalde prikkels of door een bepaalde prikkel te associëren aan een bepaald gedrag maakt de hond in zijn hersenen ‘nieuwe’ corticale routes aan. Volgens de theorie van Lang (Korrelboom, 2004) moeten de gewenste corticale routes ingesleten worden. De hond maakt ze op die manier eigen aan zijn gedragspatrimonium. Er bestaan ook psychologische begrippen zoals aangeleerde hulpeloosheid (Seligman, 1968). Dat lijkt de adaptiviteit van de hersenen tegen te spreken. De reden hiervoor is dat een hond die heeft geleerd dat hij het negatieve niet  kan vermijden, totaal geen gedrag meervertoont. Dit soort honden zoeken niet naar een oplossing als ze een probleem voorgeschoteld krijgen, ze lijken zich niet meer te kunnen aanpassen.Gelukkig blijven onze hersenen adaptief en kunnen ze wederom gedragsalternatieven aanleren. Flexibiliteit ontstaat bijvoorbeeld door het belonen bij het minste initiatief van oplossingsgericht gedrag.   

 

Management

Sommige problemen zijn niet op te lossen. Er is dan sprake van om te gaan met problemen (managen). Er zijn twee vormen van management van een probleem. Proactief plan: Bij een proactiefplan leert de hondeneigenaar hoe hij moet reageren in de probleemsituaties. Reactief plan: Een reactiefplan treedt in werking als het proactief plan niet volstaat door een te complexe situatie. De hondeneigenaar leert ook in deze situatie te reageren. 

 

Laatst bijgewerkt op ( Thursday 25 October 2007 )