|
De 'Law of Effect' van Edward Lee Thorndike gaat uit van het idee dat een individu (een dier in het geval van Thorndike's experimenten) actief leert. Dat houdt in dat een individu verschillende gedragingen vertoont en als een gedrag een positief effect veroorzaakt, het gedrag vaker zal vertonen en in het geval van een negatief effect minder vaak. (Foto Thorndike) Er zijn allerhande leerprincipes onderzocht de afgelopen jaren. Pavlov en Thorndike zijn toch de belangrijkste grondleggers. Zij zijn de vaders van de klassieke en operante leerprinciepes. Het is B.F. Skinner die het operante of instrumentele leerprinciepe het meest heeft bestudeerd maar hij is niet de grondlegger ervan.
Klassieke conditionering
Dit is het proces waarbij er een associatie ontstaat tussen een geconditioneerde stimulus (voedsel) samen met een ongeconditioneerde stimulus (een bel) en een geconditioneerde respons. Door die associatie zal na verschillende herhalingen slechts de (on)geconditioneerde stimulus (een bel) een geconditioneerde respons (speeksel) uitlokkenen. Schematisch weergegeven: Voedsel = speekselafscheiding (geluid + voedsel) = speekselafscheiding geluid = speekselafscheiding Operante conditionering Bij operante conditionering legt de hond een verband tussen een stimulus en een respons als gevolg van de gevolgen die de respons heeft (A én B als gevolg van C). Of met andere woorden, de gevolgen die de respons heeft treed hier op als reïnforcer (bekrachtiger). Het organisme legt een associatie tussen een bepaalde situatie en een bepaald gedrag als gevolg van de gunstige of ongunstige consequenties die dat gedrag in die situatie heeft. Zijn de gevolgen van het gedrag gunstig, dan neemt de kans toe dat datzelfde gedrag opnieuw wordt vertoond wanneer de omstandigheden zich herhalen. Zijn de gevolgen schadelijk, dan wordt de band tussen gegeven omstandigheden en het gedrag verzwakt. Andere varianten: 1. Shaping 2. Backwards-Shaping 3. Target training 5. Habituatie 6. VIB
|
|
Laatst bijgewerkt op ( Thursday 25 October 2007 )
|