|
De ontwikkeling van de hond is ingedeeld in verschillende fases. Afhankelijk in welke fase uw hond zit, ondergaat uw hond specifieke ontwikkelingen. De omgeving speelt een belangrijke invloed op de ontwikkeling van de hond. De omgeving kan er voor zorgen dat de hond bepaalde eigenschappen beter ontwikkelt en ongewenste eigenschappen minder ontwikkelt. Er is natuurlijk ook de genetische predispostitie (genetische voorbestemdheid) van de hond waardoor er bij de hond afhankelijk van zijn genen, bepaalde eigenschappen sowieso goed ontwikkelt. De ontwikkelingsfases: Prenatale periode (voor de geboorte) Over deze periode is een beperkte studie over pups die 45 dagen in de baarmoeder zitten. Wat blijkt is dat pups reageren op bepaalde prikkels: 1. Aanrakingen 2. Geluiden (enkel felle) 3. Veranderingen in emotionele toestand van de moeder. neonatale periode ( week 0 - 3) Alle zintuigen zijn nog niet volledig ontwikkeld en in deze periode start de ontwikkeling van: 1. de tastzin (reactie op reliëf, textuur). 2. de smaakzin (reactie op bitter en zoet; belang bij oriëntatie voor het zoeken van tepel). 3. de ogen ontwikkelen verder en gaan tussen 14-20 dagen open. 4. de oren (in het begin is de pup nog doof op felle geluiden na). Andere ontwikkelingen in deze periode: 1. gevoel in achterpoten vanaf 10 dagen 2. gevoel in voorpoten vanaf 14 dagen Gedragingen: 1. Likken 2. snuffelen 3. eten 4. slapen (65-70% van de dag) 5. exploreren 6. etc. Belangrijk: Geen recuperatie mogelijk indien pups volledig afgezonderd hebben geleefd tot en met deze periode Vanaf deze fase tot 4 maanden start het soort herkenningsproces. Vanaf 3 weken tot maanden wordt ook de kritieke,gevoelige of socialisatie periode genoemd. 1ste Socialisatiefase: (week 3 - 6) Deze weken heeft de fokken een belangrijke taak! 1. De fokker moet de pups met zoveel mogelijk verschillende prikkels (auditief, olfactorisch, visueel en tactiel) in aanraking laten komen (habituatie)in het nest. Buiten het nest kan dat wel maar oppassen voor overprikkeling.
Overige belangrijke punten: 2. Opbouw van zelfcontrole en stressbestendigheid. 3. Pups moeten wennen aan het gedrag van volwassenen en kinderen in het nestterritorium. 4. Pups ontwikkelen lichaamstaal en leren de opbouw van hiërarchie in het nest. 5. Pups hebben nog veel behoefte aan veiligheid en nestwarmte. 6. Zindelijkheid in het nest (dus er moet genoeg ruimte zijn anders ontwikkeling copofagie (eten van ontlasting) bij pups). 2de Socialisatiefase: (week 6 - 12) WEEK 6 - 8 Voor de fokker wordt het nu nog drukker, naast de pups zoveel mogelijk laten wennen aan allerlei prikkels zal hij ook beginnen met de pups individueel te trainen! - Het is vooral belangrijk dat de fokker start met zijn training om de pups af en toe eens alleen te leren zijn. Goed oppassen dat je de pup in de gaten houdt en dit voorzichtig opbouwd, mag geen overmatige stress opleveren voor de pup! WEEK 8 - 9 Nu is het aan de eigenaren! - Gewenning aan nieuwe leefomgeving (leden van sociale groep, auto, huis, tuin, plaats, etc) - Gewenning aan andere prikkels kan maar zeer voorzichtig zijn dat de pup geen negatieve ervaring krijgt. U bent verantwoordelijk voor de veiligheid (zie behoeftes en privileges), zorg dat de hond zich veilig kan voelen bij u. WEEK 9 - 10 - Socialisatie!!! WEEK 10 - 12 - Socialisatie!!! - Starten met een goede puppycursus met de positieve trainingsmethode!!! (geen correcties bijvoorbeeld door aan riem te trekken of op riem te staan en dergelijke meer!). Sociale dominantie: (week 12 -16) Op deze leeftijd gaat een pup proberen een betere plaats te krijgen of zelfs de leiding te nemen over de sociale groep. Er moet voor gezorgd worden dat alle mogelijke bronnen (voeding, spel, etc) onder controle worden gebracht en dat de pup moet werken voor deze bronnen. Het spreekt dan ook voor zich dat de hond geen bronnen mag vinden die zelfbelonend zijn. Er is een belangrijke stelling die in deze periode van toepassing is: Niets is gratis, voor wat hoort wat. Heel belangrijk worden de privileges in deze fase!
Overgangsfase: (week 16 - 18) Tot aan 16 weken gebeurt de ontwikkeling van elke pup in dezelfde periode. Afhankelijk van het ras van de hond gaan er nu duidelijke verschillen ontstaan in de snelheid van de ontwikkeling. Kleine honden gaan sneller ontwikkelen ten op zichte van hun grotere collega's. Vluchtfase (week 16 - 8 maanden) In deze periode wordt de hond zelfstandiger, de hond durft de afstand tussen de eigenaar en zichzelf steeds groter te maken (zijn aangeboren instincten ontwikkelen en de natuur lokt hem). De hond lijkt meer geïnteresseerd in andere dingen dan in wat zijn baasje van hem wilt. Deze periode kunnen gedragstherapeutische methodes noodzakelijk zijn aangezien probleemgedrag zich zeer snel kan ontwikkelen in deze periode. Belangrijk: - Bevestig de plaats van de hond in de hiërarchische structuur. - Vooral positief belonen. - Heel consequent zijn. - Probeer de hond niet te ver in zijn driften te laten gaan, houdt controle. Pubertijd ( 7 - 14 maanden) Dit is de afrekening. Hier kan er getest worden hoe een goede basis je hebt opgebouwd met je hond Heel belangrijk is de vraag of er een goede CONNECTIE is met de hond. De hond kan zich raar gaan gedragen in deze periode (bijvoorbeeld van iets bang zijn wat hij al eerder heeft gezien en niet bang voor was). Het is van belang veiligheid te bieden. Laat het niet zo ver komen dat een hond emotioneel gaat reageren (bijvoorbeeld met agressie). Ook in deze periode kunnen gedragstherapeutische methodes noodzakelijk zijn aangezien probleemgedrag zich zeer snel kan ontwikkelen in deze periode. Belangrijk: - Veiligheid bieden. - Time out. - Zo snel mogelijk gedragstherapie volgen. Volwassenheid (1 - 4 jaar) Een hond vanaf deze leeftijd wordt normaal gezien steeds rustiger. De hond heeft een heel gamma aan gedragingen geleerd en die behoren vanaf nu steeds meer tot zijn vast gedragspatrimonium. Als je hond probleemgedrag heeft vertoont en hier is niets aangedaan dan zal ook dit gedrag tot zijn vast gedragspatrimonium behoren. Enkel gedragstherapeutisch behandelingen kunnen dit gedrag nog ombuigen.
|