|
Naar aanleiding van de bijtincidenten en de preventieplannen daaromtrent is er in 1995 een agressietest ontwikkeld voor honden door Netto, Vinke en Bruinsma. Voor diegene die er interesse in hebben heb ik de volledige versie op de website gezet. Het scoringsformulier ontbreek, maar men kan nu wel een beeld krijgen over hoe zo een test wordt opgebouwd.
Een agressietest voor honden Met dank aan Universiteit Utrecht
W.J. Netto, C. Vinke &J. BruinsmaPROJECTGROEP ETHOLOGIE & SOCIO-OECOLOGIE 1995 EEN AGRESSIETEST VOOR HONDEN DEEL III HANDLEIDING VOOR HET AFNEMEN VAN DE AGRESSIETEST VOOR HONDEN 1.0 Inleiding Bij de ontwikkeling van de agressietest zijn vier verschillende testopbouwen onderzocht. Voor de invoering van de test tijdens een proefjaar, zoals in de werkgroep die het onderzoek heeft begeleid is besproken, lijkt het gewenst wat betreft de uitvoering van de test nauw aan te sluiten bij de wijze van uitvoeren van de definitieve testopbouw, testserie 3, in het onderzoek. In deze handleiding worden een aantal praktische aanwijzingen gegeven voor het uitvoeren van de test. Dit moet gezien worden als een leidraad- De gedragstesters die geïnteresseerd zijn in een eventuele opleiding tot "agressietester" hebben allen een demonstratie bijgewoond. Met die achtergrond is onderstaande beschrijving een zinvolle ondersteuning. De uiteindelijke instructie voor de uitvoering van de test zal, zoals met de werkgroep en de Veterinaire Dienst van het Ministerie van LNV is overeengekomen, via een (aanvullende) opleiding plaatsvinden. 2-0 De voorgestelde test 2.1 De voor het afnemen van de test noodzakelijke bemensing. De gedragstest van testserie 3 werd om praktische redenen door 3 mensen uitgevoerd. Dit waren allemaal vrouwelijke testers. In eerdere fasen van het onderzoek is vastgesteld dat er op mannen en vrouwen verschillend gereageerd kan worden. Als "proefpersonen of helpers in de test zullen bij voorkeur dus zowel mannen als vrouwen moeten worden ingezet. Opeenvolgende tests moeten zoveel mogelijk door verschillende helpers worden uitgevoerd. Het afnemen van elke test door zowel een mannelijke als een vrouwelijke helper lijkt niet nodig. Vergelijkbare tests kunnen afwisselend door vrouwelijke en mannelijke helpers worden afgenomen. voor het beoordelen en het scoren van het gedrag zijn minimaal twee gedragstesters nodig die een speciale opleiding moeten hebben gevolgd. Het in het onderzoek gebruikte protocolleersysteem is zonder meer in de praktijk bruikbaar. Wel lijkt het wenselijk om voor de implementatie een aangepast protocolformulier te ontwikkelen. Daarin kunnen ook voorbereidende aspecten voor de beoordeling worden ondergebracht- Daar de tests zo snel mogelijk achter elkaar afgewerkt moeten worden is het van belang dat het formulier overzichtelijk wordt ingericht. ook het hele verloop van de test moet volgens een vast protocol verlopen- om een indruk te geven is in het onderstaande uitgegaan van de situatie zoals die tijdens testserie 3 in de proefruimte van de projectgroep Ethologie en Socio-oecologie is gebruikt. Deze ruimte heeft geen zeer specifieke eigenschappen zodat het mogelijk moet zijn binnen de kynologie een vergelijkbare situatie te scheppen. In de opzet in testserie 3 zijn alle tests in dezelfde binnenruimte afgenomen. Deze situatie is beter controleerbaar dan een buitensituatie. Ook voor het met niet al te zware deeltests (in het vervolg aangeduid als deeltests of tests) opbouwen van voldoende spanning is een binnenruimte meer geschikt. In de onderstaande beschrijving wordt per test zo goed mogelijk aangegeven hoe tetstserie 3 werd uitgevoerd. 2.2 De testruimte De eigenaren werd gevraagd de ligplaats van de hond mee te nemen. De hond kon er tijdens de test voor kiezen wel of niet op zijn plaats te gaan liggen. In de test waren een aantal honden die uitvielen, maar met één poot op hun ligplaats stonden. Deze eigen ligplaats kan een rol spelen bij het detecteren van territoriale agressie. Per hond zal verschillen of ze van deze ligplek gebruik maken. Omdat er meer voor- dan nadelen van worden verwacht wordt het plaatsen van een eigen ligplek in de testkring wenselijk geacht,..Er zijn testen waarbij de baas aanwezig is en er zijn testen waarbij de baas afwezig is. Dit om de invloed van de baas op het gedrag van de hond te onderzoeken. Het is van belang dat de baas bij de tests zonder baas volledig uit het zicht is. Wel kan de baas via een klein kijkgat in een scheidingswand de test volgen. In tegenstelling tot de eerder gebruikte testopbouwen, werd aan de honden weinig tot geen gelegenheid gegeven zich te herstellen tussen de deeltests. Alle deeltesten volgden elkaar zo snel mogelijk op om de druk op de hond in stand te houden. In de test zat een opbouw waarbij de druk geleidelijk aan toenam. De volgorde van tests is gekozen aan de hand van ervaringen opgedaan uit voorgaande testseries en de resultaten van het onderzoek van Patrick Fermont (1993 en Rapport deel I) . De gehele test vraagt ongeveer drie kwartier,bij geoefende testers.De test bestaat uit 43 deeltests. Daar van de te testen rassen onder andere agressie naar honden verwacht werd, zijn er ten opzichte van testgroep 2, mede gezien de doelstellingen van de Veterinaire Dienst extra hondentests ingevoerd (test 5 en 33). omdat er van de rassen ook dominant gedrag. naar mensen verwacht werd, is er een extra "handling" test voor de baas toegevoegd (test 13). Veel fokkers, waar we veel honden vandaan kregen, hechtten enorme waarde aan een positieve uitslag van de test. Ons is gewezen op mogelijk gebruik van kalmerende middelen. Daarom is besloten de honden op gebruik van deze middelen te controleren m.b.v. de pupilreflex (test 9) . vervolgens is aan het eind van de test het aaien van de hond nog eens toegevoegd. De hond werd dus twee keer tijdens de test geaaid. Bij de laatste keer dat de hond geaaid werd, kon een indruk verkregen worden in hoeverre de hond door de test was "aangeslagen", door het verschil van het aaien tijdens de test te vergelijken met het aaien aan het eind van de test. Het is meerdere malen voorgekomen dat de honden die tijdens de test te aaien waren aan het einde van de test niet meer te benaderen waren. Dit geeft aan dat de positie van de deeltest in de gehele test van belang is. Er dient dus strikt aan een vaste volgorde te worden vastgehouden in verband met de vergelijkbaarheid 2.3 Beschrijving van de deeltesten Om de testuitslagen van de honden zo goed mogelijk met elkaar te kunnen vergelijken moet er voor worden gezorgd dat de volgorde van de tests en de omstandigheden voor elke test zoveel mogelijk gelijk zijn. Er zijn echter een aantal dingen die de standaardisering doorbreken en die niet altijd kunnen worden vermeden, zoals verschillen in temperatuur, lichtintensiteit of oncontroleerbare geluiden van buiten (geblaf van de kennelhonden en straaljagers) Ook de toestand waarin de hond aan de test begint is van belang. Deze is maar voor een deel te beïnvloeden. De eigenaren wordt gevraagd de hond geen erg inspannende dingen te laten doen voorafgaand aan de test en de hond slechts weinig voer te geven. Als leidraad voor de standaardisering van de test volgt hieronder een omschrijving van de deeltesten zoals die in testopbouw 3 zijn uitgevoerd. Zeer belangrijk bij de tests was dat de veiligheid voorop stond; zowel veiligheid voor de hond, als voor de baas als voor de testpersonen. Bij de honden die getest werden zaten zeer krachtige honden. Voor de veiligheid was het noodzakelijk deze honden aan 3 lijnen en twee halsbanden te bevestigen. Ook de bevestiging van de lijnen aan de wand moet regelmatig worden gecontroleerd. Ditzelfde geldt voor riemen en halsbanden. Het materiaal heeft veel te lijden. Tijdens alle tests geldt dat de baas de hond continu negeert. Er wordt dus niet gepraat tegen de hond en er worden geen correcties uitgedeeld. Bij alle tests, die iemand van het testteam uitvoert wordt aan het eind van de test, dus als de testtijd over is, meteen de hond de rug toegekeerd en rustig weggelopen. Tenzij anders aangegeven, wordt er door de testpersonen niet met de hond gepraat. In principe duren tests 20 sec. Als er in deze 20 sec. geen agressie is getoond maar de hond staat wel te dreigen of er zijn indicaties dat er nog agressie kan ontstaan dan wel dat de agressie nog kan escaleren, kan de test met 10 sec. verlengd worden. Test 1: Benadering van de auto. Baas: afwezig. Hond: zit in de auto. Duur: 20 sec. Zodra de eigenaar met de hond op het proef terrein arriveert wordt gevraagd de hond in de auto te laten zitten. De eigenaar ontvangt instructies over de test. De gehele tijd blijft de hond alleen in de auto zitten. Vervolgens komen twee mensen van het testteam bij de auto, tikken op de ramen en morrelen aan het slot. Test 2: Lopen aan de lijn. Baas: aanwezig. Hond: bij de baas, vast aan de lijn. Duur: zolang de baas er over doet De baas loopt met de hond aan de lijn met een leren halsband (geen slipketting) één keer heen en weer langs de testruimte. De bedoeling is dat er rustig wordt gelopen, waarbij de hond geheel zijn eigen gang kan gaan. De baas geeft geen commando's en corrigeert de hond niet. Test 3.1: Commando "zit" Baas: aanwezig. Hond: bij de baas, vast aan de lijn. Duur: 20 sec. Nadat er voor de testruimte is heen en weer gelopen, 'komt de baas met zijn hond bij een geopende deur staan, waar de observatoren achter staan. op een teken van één van de observatoren geeft de baas de hond het commando "zit". Dit doet hij op rustige wijze, zonder de hond een correctie te geven. Gaat de hond niet zitten, dan herhaalt de baas weer heel rustig het commando "zit", ook weer zonder te corrigeren. Gaat de hond dan nog niet zitten, dan kan de baas een correctie geven. De 20 sec gaan in:-zodra de hond zit (tijd loopt gewoon door als de hond opstaat)-Wanneer de baas het commando al een aantal keren gegeven maar de hond weigert te gaan zitten" dan wordt de 20 sec ingezeten wordt het verzet van de hond gescoord. Test 3.2: Commando "af" Baas: aanwezig. Hond: bij de baas, vast aan de lijn. Duur: 20 sec. Na het commando "zit" geeft de baas op een teken van één van de observatoren, de hond het commando "af". Dit gebeurt op de zelfde wijze als het commando "zit". Test 4: Lopen naar de hondenruimte Baas: aanwezig. Hond: bij de baas, vast aan de lijn. Duur: zolang de baas erover doet om heen en terug langs de kennels te lopen (ongeveer 20 sec.)Baas en hond worden uit zicht van de kennels gehouden totdat er drie honden (achter gaas) zijn losgelaten. Dit waren in testgroep 3 een zwarte Labrador Retriever teef , een Labrador Retriever teef en een Beagle teef. Dit zijn drie, niet dominante teven maar ze blaffen erg hard! Zodra deze honden los zijn, loopt de baas met zijn hond aan de lijn (met een leren halsband) rustig langs de kennels tot de deur van de testruim- en weer terug. Onderweg praat hij niet met de hond en deelt geen correcties uit, de hond kan geheel zijn eigen gang gaan. Test 5: Extra hondentest Baas: afwezig. Hond: vast aan een lijn die vast zit aan een grondpin. Duur: 20 sec. De baas klikt de musketon van een lijn, die op de grond ligt en bevestigd is aan een grondpin, aan de halsband van zijn hond. Zijn eigen lijn kan af. Dan gaat de baas bij de deur staan die toegang geeft tot de kennels. Hier is hij uit zicht van de hond. Als de hond nu in de richting blijft kijken waar de baas verdwenen is, kijkt hij in de richting van de kennels. Vervolgens wordt er een dominante Labrador Retriever reu losgelaten. Daar de grondpin niet al te stevig in de grond staat en we één keer een gevecht door de tralies heen hebben gehad, wordt de reu, hoewel die achter gaas is, toch voor de zekerheid ook nog aan de lijn gehouden. De reu wordt flink gesteund tegen de testhond. Na 20 sec gaat de reu weer in zijn hok en kan de baas weer naar zijn hond toe. Test 6: Basiscommando "kom" Baas: aanwezig. Hond: los, loopt vrij door de testruimte. Duur: de test is afgelopen zodra de hond is gekomen. Eénmaal in de testruimte gekomen wordt de hond losgelaten en wordt hem even de tijd gegund deze nieuwe omgeving te verkennen. Als het gesnuffel iets is afgenomen en de afstand tussen baas en hond vrij groot is (voor plakkers: de baas bij de hond weg laten lopen) kan de baas de hond bij zich roepen met het commando dat daar gewoonlijk voor gebruikt wordt. Test 7: Spelen met de baas met bekend voorwerp. Baas: aanwezig. Hond: los, loopt vrij door de testruimte. Duur: 1 min. De baas gaat met het meegenomen speeltje spelen met de hond zonder daarbij het commando "vast" of "los', te gebruiken. Bedoeling is om er een trekspelletje van te maken. Als de hond flink in competitie gaat, flink aan het speeltje rukt plus daar evt. nog bij (spel) gromt, kan de baas op ons teken het commando "los" geven (waarmee de objectverdediging van de hond gescoord kan worden) , waarna er weer gewoon wordt door gespeeld, nu weer zonder commando's. Test 8: Spelen met baas met testvoorwerp Baas: aanwezig. Hond: los, loopt vrij door de testruimte. Duur: 1 min. Uitvoering hetzelfde als test 8, alleen wordt er nu gespeeld met een voor de hond onbekend speeltje (een "Donkey Kong") Test 9: Pupillentest Baas: aanwezig. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: net zolang tot pupilreflex is waargenomen. Indien er geen pupilreflex optreedt stoppen zodra je zeker weet dat er inderdaad geen pupilreflex is. De hond is bevestigd aan (afhankelijk van de sterkte van de hond) 1 (2 of 3) lijn(en) (met evt. 2 halsbanden) , bevestigd in het midden van de muur, en blijft hier t/m test 14.Bij de pupillentest staat de baas naast de hond, aan het eind van de riem, zo dicht mogelijk bij de blauwe cirkel, en houdt de kop van de hond goed vast. Een testpersoon komt de ruimte binnen met een zaklantaarn, bevestigd op een staafje om met de hand niet te dicht bij de hond te komen, en schijnt daarmee in één oog van de hond. Test 10: Speluitdaging vreemd persoon Baas: aanwezig, zit op rode stoel. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. Iemand van het testteam komt binnen en loopt al vrolijk pratend op de hond af. Bij de cirkel gekomen gaat hij /zij op de hurken zitten en biedt al pratend de hond het speeltje aan (Donkey Kong) en probeert de hond aan het spelen te krijgen. Reageert de hond op het commando "vast", dan kan dit gebruikt worden. Hoe hard de hond ook trekt,niet loslaten!! Test 11: Kennismaking met vreemd persoon (met kunstarm) Baas: aanwezig, zit op rode stoel. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. Testpersoon komt binnen, loopt op de hond af, gaat op de hurken zitten en gaat de hond dan aaien. Tijdens deze test praat de testpersoon niet met de hond. De bedoeling is, de hond dominant te aaien (dus vooral rond de bek, de schoft en de voorpoten). Test 12: Aanstaren door de baas Baas: aanwezig, staat voor de hond. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De baas gaat voor de hond staan en, zonder te praten met de hond of hem aan te raken, gaat hij de hond aanstaren. Loopt de hond weg, dan loopt de baas gewoon achter de hond aan zonder wat te zeggen en blijft proberen oogcontact te zoeken. Wat hier vooral van belang is, is de instructie vooraf. Maar weinig mensen bleken het aanstaren spontaan goed te doen (te weinig fixerend). Zonodig aanvullende instructie geven. De 20 sec gaan in zodra de baas voor de hond staat. Loopt de hond weg, en verliest de baas dus oogcontact, dan loopt de tijd gewoon door. Test 13: Bek omklemmen Baas: aanwezig. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De baas pakt met twee handen de bek van de hond vast en omklemt deze stevig. De 20 sec gaan in zodra de baas de bek van de hond vast heeft. Wringt de hond zich los, de baas motiveren de bek weer vast te pakken. Ondertussen wordt het verzet van de hond gescoord. De 20 sec. kunnen dus al voorbij zijn zonder dat de baas de bek van de hond omklemd heeft. Test 14: Op de rug leggen Baas: aanwezig. Hond: los. Duur- 20 sec. De lijn(en) waar de hond aan bevestigd is worden losgemaakt en de baas wordt gevraagd de hond op de rug te leggen. Om deze test iets makkelijker te maken kan hij eerst het commando "af" geven, waarna hij de hond gewoon. kan doorrollen op zijn rug. Als de hond op zijn rug ligt, wordt hij niet geaaid (waar veel mensen wel de neiging toe hebben, let ook op bewegende duimen!!), maar vastgehouden met een hand op de borst (dominant gebaar van de baas).De 20 sec gaan in zodra de baas begint met de hond op de rug te leggen. De 20 sec kunnen dus al voorbij zijn zonder dat de baas er in geslaagd is de hond op de rug te leggen. Test 15: Knijpen in de liezen Baas: aanwezig. Hond: los. Duur: max. 20 sec. De baas wordt gevraagd om de hond zo neer te zetten dat, wanneer hij hem in de liezen knijpt, het goed te zien is voor de observatoren. De baas wordt gevraagd de huid in een lies tussen duim en wijsvinger te nemen en dan flink hard te knijpen. De test wordt gestopt zodra de hond naar achteren (naar de hand van de baas) uitvalt. De testen 13 t/m 15 worden niet gedaan, indien de kans bestaat dat de baas gebeten wordt (op grond van eigen waarneming van de gedragstesters of op aanduiding van de eigenaar) . Op de kans hierop moet gelet worden tijdens de instructies vooraf en tijdens het uitvoeren van de test zelf. Ook als de baas deze testen wel durft te doen, maar als de situatie te riskant wordt, deze testen overslaan!!( de hond wordt geacht te hebben gebeten). Test 16: Afpakken voerbak door vreemd persoon (met kunstarm) Baas: aanwezig, geeft de hond te eten, zet de bak op het blauwe kruisje, gaat zitten op de rode stoel. Hond: vast, in midden van testruimte, Duur: 20 sec. Zodra de hond eet, op de hond toelopen. Bij de blauwe lijn op de hurken gaan zitten. De testpersoon rommelt met de kunstarm in de voerbak en trekt deze naar zich toe; deze dan heel langzaam, nog binnen het bereik van de hond, heen en weer bewegen- Daarna de bak langzaam buiten bereik van de hond, naar jezelf toe, schuiven. Dit wordt net zovaak herhaald tot de tijd om is. Als de 20 sec om zijn, de bak bij de hond vandaan halen en optillen. Test 17: Afpakken voerbak door de baas (met kunstarm) Baas: aanwezig. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De baas zet de voerbak weer op het blauwe kruisje, waarna hij, met kunstarm, op de zelfde wijze als bij test 16, de voerbak weghaalt. Na de 20 sec de baas aangeven de bak plus kunstarm op het tafeltje in de testruimte neer te zetten. Test 18: Handen schudden Baas- aanwezig, staat voor rode stoel. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De baas staat voor de rode stoel. Testpersoon komt binnen. Loopt langzaam en beetje dreigend (met houding) op de baas af. Bij de baas gekomen, reikt de testpersoon de baas de hand, schudt deze gedurende de gehele test stevig met overdreven beweging en begint op dreigende toon met hem te praten. Motiveer de baas in deze woordenwisseling, dreigend mee te praten. Tijdens deze test mag de baas niet naar zijn hond kijken (waar veel mensen wel de neiging toe hebben, spreek hen dan maar vermanend toe) . De 20 sec gaan in, zodra de testpersoon in de ruimte komt. Test 19: De ratel Baas: afwezig, heeft ruimte via achterdeur verlaten. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. Testpersoon komt binnen en loopt met de ratel, die hij al zachtjes over zijn handpalm heen laat draaien, op de hond af. Bij de blauwe cirkel gaat de testpersoon op de hurken en laat de ratel flink herrie maken. Houd de ratel zover mogelijk bij jezelf vandaan. Bij binnenkomst van de testpersoon wordt er al een beetje herrie met de ratel gemaakt om de hond er aan te laten wennen. Dit wordt geleidelijk opgevoerd. Test 20: De paraplu Baas: afwezig. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De testpersoon loopt binnen met een (nog dichte) paraplu in de hand. Loop op de hond af en klap bij de blauwe cirkel de paraplu open. Klapper er een paar keer mee (alsof je hem droog wilt schudden). Doe hem weer dicht en klap hem weer open. Houd de paraplu dan, net als de ratel, zover mogelijk bij je vandaan, zodat te zien is wat de hond doet. Test 21: De plastic zak Baas: afwezig. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De testpersoon komt binnen met een grote plastic zak al slepend achter zich aan. Deze zak zit vol met plastic bekertjes en ander knisperend spul. Loop voor de hond heen en weer, dus de blauwe lijn volgend, zodat er voor de hond een insluit idee ontstaat. De 20 sec gaan in zodra de testpersoon de testruimte binnen komt. Test 22: De "Oma" Baas: afwezig. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De testpersoon komt binnen met een hoofddoekje om, een stok in de ene hand en de kunstarm in de andere en loopt een beetje hinkend en zwaar leunend op de stok op de hond af.("afwijkend loopgedrag"). Bij de blauwe lijn gekomen door de hurken zakken, kunstarm naar de hond uitsteken en met een krakend stemmetje tegen de hond praten ("afwijkend praatgedrag").De 20 sec- gaan in zodra de oma in de ruimte komt. Na de 20 sec. omdraaien en weer in gebogen houding weglopen. Test 23: Pop, benadering Baas: afwezig. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. Om de hoek van de deur wordt de pop op wieltjes in de testruimte gezet. Zorg er zo goed mogelijk voor dat, terwijl je dit doet, de hond je niet ziet. Trek de pop naar de hond toe, dit mag rustig tot over de blauwe lijn. De 20 sec gaan in zodra de pop naar de hond toegetrokken wordt. Na de 20 sec. de pop terug trekken tot iets buiten de blauwe lijn. Test 24: Pop, confrontatie Baas: afwezig. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. Loop op de pop af, til hem op, doe een armpje van de pop naar voren, loop op de hond af en probeer dit armpje, net zoals vervelende kinderen doen, in de richting van zijn oren en ogen te bewegen. Dit mag best opdringerig gebeuren. De pop gebruiken als schild tussen de testpersoon en de hond, maar deze komt natuurlijk niet over de blauwe lijn. De 20 sec gaan in zodra de testpersoon met de pop bij de blauwe lijn is. Test 25: Aanstaren door vreemd persoon Baas: afwezig. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De testpersoon komt al met een dreigende houding de testruimte in en loopt sluipend op de hond af terwijl er continu oogcontact gezocht wordt. Houd dit oogcontact vast en probeer de hond "de grond in te kijken". Ontwijkt de hond dit oogcontact door weg te lopen, loop weer dreigend op hem af en blijf oogcontact zoeken. De 20 sec gaan in zodra de testpersoon in de ruimte is. Test 26: Handen klappen Baas: afwezig. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De testpersoon loopt weer in een dreigende, sluipende pas op de hond af en kijkt ook nu de hond voortdurend strak in de ogen. Bij de blauwe cirkel gekomen, fel in de handen klappen op een manier alsof je de hond weg wilt jagen. Loopt de hond weg, volg hem dan en klap weer pal voor zijn kop in de handen.(handen buiten bijtbereik)De 20 sec gaan in zodra de testpersoon binnenkomt. Test 27 Langzame bedreiging Baas: afwezig. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De testpersoon komt luid schreeuwend de testruimte in en loopt al schoppend en slaand op de hond af. Bij de blauwe lijn met veel kabaal heen en weer blijven lopen en schoppende en slaande bewegingen naar de hond maken. Er kunnen allerlei betekenisloze woorden tegen de hond gebruld worden. De 20 sec gaan in zodra de testpersoon in de ruimte komt. Test 28: Kunstmens Baas: aanwezig, staat met de hond aan de lijn voor de kunstmens. Hond: bij baas aan de lijn. Duur: 20 sec. Na de langzame bedreiging krijgt de baas instructies over wat nu gaat gebeuren. Hij loopt naar zijn hond, doet hem aan de lijn, loopt met de hond naar buiten en komt op een teken weer binnen. Op het moment dat hij binnen komt, wordt de kunstmens omhoog geklapt. De baas blijft dan voor de pop staan, zodat de reactie van de hond op de pop goed te zien is. De 20 sec gaan in zodra de pop omhoog geklapt is. Test 29: Langzame insluiting Baas: staat naast de hond en houdt hem aan de lijn vast. Hond: bevestigd aan extra lijn, in de hoek van de testruimte. Duur: 20 sec. Het hele testteam staat in de testruimte en loopt rustig op de hond af en sluit hem in. Bij de blauwe lijn gekomen, mag je best imponeren met je houding en/of aanstaren. De 20 sec gaan in op het moment dat de testpersonen beginnen te lopen. Test 30: Snelle insluiting Baas: staat naast de hond en houdt hem aan de lijn vast. Hond: bevestigd aan extra lijn, in de hoek van de testruimte. Duur: 20 sec. Idem als test 29 alleen wordt er nu niet rustig op de hond ingelopen maar snel. Test 31: Bezemstampen Baas: staat naast de hond en houdt hem aan de lijn vast. Hond: bevestigd aan extra lijn, in de hoek van de testruimte. Duur: 20 sec. Testpersoon komt binnen en loopt, al stampend met een bezem op de grond, op de hond af. Bij de hond gekomen wat voor hem heen en weer lopen (insluit idee) en met de bezem veegbewegingen over de grond naar de hond toe maken en de hond dreigend toespreken. De 20 sec gaan in op het moment dat de testpersoon binnen komt. Test 32: De demonstrant Baas: staat naast de hond en houdt hem aan de lijn vast. Hond: bevestigd aan extra lijn, in de hoek van de testruimte. Duur: 20 sec. De testpersoon komt binnen, pakt de kunstarm (die binnen op de tafel ligt) en loopt op de baas af. De baas heeft van te voren instructies gehad dat hij alleen maar mag spelen dat hij heel bang is, hij mag niet tegen de hond praten of hem ophitsen. De testpersoon loopt op de baas af, mept behoorlijk met de kunstarm op hem en loopt flink tegen hem te schreeuwen. De baas duikt een beetje in elkaar. De 20 sec gaan in op het moment dat de testpersoon op de baas toeloopt. Test 33: Insluiting door drie honden Baas: staat naast de hond en houdt hem aan de lijn vast. Hond: bevestigd aan extra lijn, in de hoek van de testruimte. Duur: 20 sec. Twee testpersonen lopen op de hond af met drie honden. Hier waren dat een grote en twee kleine reuen. Ook nu krijgt de hond weer een insluit idee, hij wordt ingesloten door drie blaffende honden. Onze honden worden, als ze niet blaffen, opgehitst en beloond voor hun blaffen. De 20 sec gaan in op het moment dat de drie honden naar de testhond toe lopen.Bij de nu volgende tests wordt de testhond geconfronteerd met andere honden. De volgorde van confrontatie met een reu of een teef is afhankelijk van het geslacht van de testhond. Is de testhond een reu, dan confronteren we hem eerst met een teef en daarna met een reu. Is de testhond een teef dan is de volgorde andersom. Laten we er nu even van uitgaan dat de testhond een reu is Test 34.1: Kennismaking teef Baas: aanwezig, zit op rode stoel. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. Doel: reactie op vreemde honden, dominantie/angst agressie. Testpersoon komt binnen met een teef aan de lijn (een grote -Rottweiler- teef) en loopt daarmee tot aan de blauwe lijn. De 20 sec gaan in op het moment dat de testpersoon met de hond bij de blauwe lijn staat. Test 34.2: Aaien van de teef door de baas Baas: aanwezig, zit op de groene stoel. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De testpersoon loopt met de hond naar de baas die de teef dan gaat aaien en verder zijn eigen hond helemaal negeert. De 20 sec gaan in op het moment dat de baas begint te aaien. Test 34.3: Voerbak Baas: aanwezig, zit op de rode stoel. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De baas geeft zijn hond te eten, zet de voerbak op het blauwe kruisje (in de cirkel) en gaat zelf weer op de rode stoel zitten. De testpersoon loopt met de teef tot aan de blauwe cirkel. De 20 sec gaan in op het moment dat de teef bij de cirkel staat. Als de voerbak leeg is binnen de 20 sec wordt de test gestopt. Test 34.4: Voerbak andersom Baas: aanwezig, zit op de rode stoel. Hond: vast, in midden van testruimte. Duur: 20 sec. De baas zet de voerbak van zijn hond op het cirkeltje (buiten de blauwe cirkel) en gaat weer op de rode stoel zitten. De testpersoon loopt met de teef naar de voerbak en laat de teef eten. De 20 sec gaan in op het moment dat de teef bij de voerbak staat. De testen 35.1 t/m 35.4 gaan op precies dezelfde wijze maar nu met een reu als stimulus. In dit geval was dat meestal een Hollandse herder reu, soms een Labrador retriever reu. De reu kan ongerichte agressie naar de baas laten zien. Blijf bij de aaitest dus altijd alert en voer de test uit met twee testpersonen met twee lijnen. Test 36: Hond aaien in de mand Baas: aanwezig, zit op de rode stoel. Hond: vast, in midden van de testruimte en ligt op zijn plaats. Duur. 20 sec. De baas legt zijn hond af op zijn plaats en gaat weer op de rode stoel zitten. De testpersoon komt in de ruimte, pakt de kunstarm en loopt op de hond af . Bij de blauwe cirkel op de hurken en de hond vriendelijk aaien met de kunstarm. De hond mag best vriendelijk toegesproken worden. Terwijl de hond wordt geaaid, wordt af en toe de plaats van de hond ook aangeraakt. De 20 sec gaan in op het moment dat de hond geaaid wordt. Na de laatste test verlaat de testpersoon de testruimte. Zodra het protocol is af gerond loopt de laatste testpersoon opnieuw de ruimte in, maakt een vriendelijk praatje met de baas, en tracht samen met de baas de hond weer op zijn gemak te stellen. Hierbij kan voer worden gebruikt maar ook speeltjes. Het is van belang dat de hond niet in een agressieve motivatietoestand de testruimte verlaat. Ook de baas moet zoveel mogelijk weer op zijn gemak worden gesteld, zeker indien deze sterk emotioneel bij de test betrokken was. |